Overwegingen bij de jaarwisseling 2003/2004.

                                    Beste Lezer,

            Wij mensen zien altijd uit naar een tijd die anders is, beter zal zijn, dan die waarin we leven. Moe van de durende strijd om het bestaan, verlangen de ouderen naar een weldadige rust. De geboorte van een kind geeft de idee dat, zo wij niet zelf erin slagen om die vredige rust te bewerkstelligen, het dan toch de nieuwe generatie wel zal lukken. De culturele traditie van de mensheid is vol van verhalen dat een kind geboren wordt, dat een einde zal maken aan de voortdurende frustraties. In de Kersttijd lezen de Christenen de verwachtingen van Jesaja en de evangeliën van Mattheüs of Lucas om die gedachte, die wens levend te houden.

            Zo ongeveer een eeuw voordat Lucas zijn evangelie schreef voor de Romein Theofilus, had Virgilius nog geschreven over de komst van een kind dat een einde zou maken aan de tijd van burgeroorlogen in het Romeinse Rijk: “Gij Lucina godin die de jonggeborenen naar het Licht leidt, beschermt ook het kind dat nu geboren gaat worden; Dankzij  zijn komst zal het ijzeren geslacht ophouden te bestaan en het gouden geslacht, overal ter wereld verrijzen!…Zo er nog sporen van onze oude boosheid over zijn, ze zullen niet meer kunnen schaden en de aarde niet langer met hun verschrikking kwellen. Een godenleven zal het kind leiden…over een vredige wereld zal het regeren met de sublieme eigenschappen van zijn vader.” (Virgilius – Bucolica, 4e Ecloga) Niets nieuws dus.

Al die eeuwenoude verhalen gaan erover dat de glorievolle tijd die komen gaat eigenlijk een herstel is van de verlorengegane glorietijd uit een ver verleden. De mensheid zou op zoek zijn naar het verloren paradijs. Maar Lucas – en dat is het opmerkelijke – geeft in zijn brief aan Theofilus (die wij het evangelie naar Lucas noemen) een heel andere wending aan die oude verhalen die bij Virgilius nog zo’n fraaie verwoording hebben gevonden.. Ja, Lucas  beschrijft zelfs de geboorte van twee  van dergelijke heilbrengende kinderen: Johannes en Jezus. In het geval van Johannes werd tot op hoge leeftijd actief verlangend door de ouders uitgezien naar een kind. In het geval van Jezus is dat bepaald niet zo. Van Johannes wordt ook al profetisch gesteld dat niet de godheid voor ons een gouden tijd, een paradijs zal scheppen, maar dat Johannes actief de weg zal bereiden voor Jezus. Elisabeth en Zacharias, de ouders van Johannes, vragen wel om de zegen van de Allerhoogste, maar als het geschenk er komt zijn ze dankbaar, maar beschouwen zich niet verder als dienders van God, neen, zelf aan de arbeid gaan:bereidt de weg van de Heer. Zij willen wat graag de Heer als gast ontvangen, zij zullen als gastheer en gastvrouw wat voor de Heer willen doen en niet aan de Heer vragen van alles en nog wat te doen.

          Heel anders is het gesteld met de ouders van Jezus. Jozef wil zich er zelfs helemaal niet mee bemoeien, wil scheiden van zijn vrouw. En Maria ziet zich als de dienstmaagd en wacht maar af  wat er allemaal zal gebeuren, in de verwachting dat de Heer wel de trotsen zal verslaan de hongerigen zal voeden, kortom dat God wel de heerlijkheid zal brengen. Hoewel door de ouders niet zo gedacht neemt het leven van Jezus ook een actieve wending. Het verhaal van het Kind  Jezus dat Lucas beschrijft is van een leven als een trektocht, niet  op zoek naar het verloren paradijs, maar op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde van een gans andere orde. Lucas beschrijft Jezus´ leven als die van een dakloze die nergens welkom is. In Betlehem is geen plaats voor hem, in Nazareth waar hij opgroeit  evenmin, uit Kafarnaüm trekt hij weg en de Samaritanen willen hem al evenmin ontvangen. Jeruzalem wil niet horen van het heil dat hij komt verkondigen. Ja, nog pijnlijker schetst Lucas de ontvangst van Jezus bij Jozef en Maria: Lucas plaatst de geboorte aankondiging van Jezus naast die van Johannes en laat zien dat diens ouders Zacharias en Elisabeth in jubel uitbarsten bij de aankondiging van de langverwachte, terwijl dat nauwelijks het geval is bij Jozef en Maria.

          De bedoeling lijkt duidelijk: als volgelingen van Jezus worden wij opgewekt niet stil te staan bij alles wat mooi en goed lijkt, al helemaal niet terug te kijken naar een gedroomd paradijs, een gouden eeuw ergens in het verleden, maar om  bouwers te zijn van een gans nieuwe wereld. Een wereld die overigens niet al kant en klaar voor ons ligt en waarin we zomaar kunnen binnenstappen. Neen, wijzelf moeten aan de slag, hier op deze aarde onze creativiteit ontwikkelen, opdat wij eens de scheppers worden van die nieuwe hemel en nieuwe aarde. Dit besef beschreef  I. Kant als “Der Ausgang des Menschen aus seiner selbstverschuldeten Unmündigkeit”. In West Europa heeft men op grotere schaal dan voorheen, die omslag, die wending, pas goed begrepen in de tijd van de Verlichting en de Franse Revolutie. Weliswaar verheerlijkte J. J. Rousseau nog de natuurlijke staat van de mens voordat de maatschappij de mens vervormde, doch zijn pleidooi voor het “recht van de hartstocht” en zijn leer van de “volonté générale” hebben de basis gelegd voor de democratische gedachte waarbij op de burger een appel wordt gedaan actief zich in te zetten voor de maatschappelijke ontwikkelingen. Goethe verwoordde de zegeningen van de nieuwe denkwijzen als volgt: “Die Philosophie war also  ein mehr oder weniger gesunder und geübter Menschenverstand, der es wagte, ins Allgemeine zu gehen und über innere und äuszere Erfahrungen abzusprechen”.

          Kortom, de gedachte was onweerstaanbaar dat een terugkeer naar die zaligheid zoals in de baarmoeder ervaren kan worden, zoals ook Jonas probeerde weg te duiken voor de eisen van het verantwoordelijke leven in de walvis, een voorgoed afgesloten weg is… Het heeft dus  bijna twee eeuwen geduurd vooraleer  men begrepen heeft wat Paulus al had gezegd over het gans nieuwe dat Jezus bracht met zijn verrijzenis, nl. ”Als er geen opstanding van de doden (=trektocht  uit de oude bedeling) bestaat, is ook Christus niet verrezen en wan-

 

neer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof (= in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde) eveneens”.(1Kor.13 e.v. )

Doch als men het grotere succes van de Kerstmisviering plaatst naast de tanende belangstelling voor de Paasviering dan kan men betwijfelen of  De vroede kerkvaderen van ca. 330 n. Chr. hadden beter er aan gedaan om het Paasfeest te laten samenvallen met het (Romeinse) Nieuwe Jaar en Kerstmis kunnen plaatsen in Maart. Immers, die vroede vaderen wilden aanknopen bij het Romeinse “nieuwe begin” van het nieuwe jaar en telden toen terug, zo´n 8 dagen, om de geboorte van Jezus vast te leggen (voor de Joden gold/geldt dat een kind levensvatbaar leek/lijkt te zijn  als het 8 dagen na de geboorte nog leefde, dan werden de jongetjes besneden)  Echt een nieuw begin wordt voor de volgelingen van Jezus daarentegen ingeluid met de Verrijzenis. Nu heeft men eeuwenlang aan dat Kerstfeest, de geboortedag van Jezus, terecht niet zoveel aandacht besteed. Dat kwam pas in de tijd van Franciscus van Assisi. Hij kwam met de uitbeelding en plaatsing van bijv. de kerststal, met de bedoeling de buitensporige lust naar macht en rijkdom van de Kerk uit zijn dagen , aan de kaak te stellen. Maar als zo vaak gaat zo’n gebruik een eigen leven leiden, door de Romantiek nog aardig gestimuleerd. De evangelieschrijvers wisten evenwel al, dat zij, die voor de wijsten willen doorgaan, het vaak niet zijn.

Vooralsnog zijn wij mensen niet meer dan een lijst waarbinnen het meesterstuk nog moet worden geschilderd. Onze hoop is gevestigd op de nieuwe generaties, die krachten weten te putten uit de oude bron die als maar stroomt, een bron van onuitputtelijke inspiratie, die zin en betekenis kan geven aan de ontwikkelingsgang die wij voltrekken!

Zalig Kerstfeest en een voorspoedig Nieuw Jaar toegewenst.

Francien en Max.

 

 Ga naar de Kerstoverwegingen
 Ga naar het Kookboek
 Ga naar het Diabetisch kookboek
 Ga naar de welkomstpagina