Hierbij onze overwegingen bij Kerstmis 2002 en Nieuw Jaar 2003

De mensheid heeft alle eeuwen en tot op de dag van heden  de levende werkelijkheid als willekeurig, chaotisch, beangstigend ervaren. De wijze waarop de natuur zich openbaart met alle verschrikkingen van aardbevingen, erupties, rijzende zeespiegels, ijstijden, stormen en tornado’s, overstromingen, ziekten en plagen, heeft die fundamentele ervaring voedsel gegeven. Men zou van Moeder Natuur kunnen zeggen dat zij hard is, dat zij wil oogsten waar ze niet gezaaid heeft en binnen wil halen waar ze niet heeft uitgestrooid. Daarenboven komen nog alle verschrikkingen die de mensen elkaar kunnen aandoen. Ook dat tot op de dag van heden. En zo zat de mensheid zeer lang gevangen in een noodlottige kringloop van vreugde en verdriet, waar alleen getroost kon worden dat het leven nu eenmaal geeft en terugneemt. De gelovige troost zich met de uitspraak “De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de Naam van de Heer zij geprezen”. De wetenschapper vindt troost in de voldoening van het pure, abstracte weten hoe het is. De jongeren die geen zicht hebben op een ontwikkelingsgang lijken tevreden met een leven “nu”, d.w.z. een leven zonder geschiedenis.

Deze voor veel mensen toch benauwende en/of angstwekkende kringloop heeft de mensheid vanaf  oude tijden getracht te doorbreken. Er was het  diepe verlangen naar een tegenwicht voor alle ellende in de wereld, een hevig verlangen naar zekerheid, een verlangen naar een principe op grond waarvan  zo niet alle dan toch wel belangrijke gebieden van het leven geordend en begrepen kunnen worden.  Zo ging de mens op zoek naar een wereld die men in haar geheel als realiteit zou kunnen ordenen, interpreteren en uitbeelden.

Op verschillende wijzen tracht de mens die orde in de chaos te bereiken  in afwachting van het waarlijk volmaakte. En inderdaad, is het niet zo dat de wereld chaotisch en willekeurig aan ons mogen voorkomen, maar dat poëzie, de wetenschap, of de muziek van bijv. Bach en Mozart ons  dicht kunnen brengen bij het “volmaakte”, althans de illusie daartoe geven? Zeker, vaak is dat niet meer dan een vlucht uit de wereld, naar een fantasiewereld, waar ijzeren wetten, regels en geboden gezocht kunnen worden, die ons het verlangde houvast zouden kunnen bieden.

Het rationeel - wetenschappelijk denken verschilt overigens niet veel van  het mythische denken. Het zijn weliswaar twee verschillende, maar niet onvergelijkbare uitdrukkingen van die ene  en dezelfde  menselijke behoefte, nl. het verlangen om tot een vergelijk te komen met de realiteit, de wens om te  leven in een geordend universum. Mythen brengen immers die chaotisch aan doende werkelijkheid in zinvolle verhalen onder woorden, zoals de wetenschap dat op haar wijze doet. Bijzonder daarbij is dat de mythe weliswaar uitgaat van het eenmaal bestaande, maar dat dit tegelijkertijd wordt overschreden, getranscendeerd.  Overschreden zowel in de richting van het verleden als wel doordat naar een toekomst wordt verwezen. De mythe vertelt hoe het “in den beginne” was, wat er van terechtgekomen is en waarheen het gaat. Het is net als bijv. de geschiedenis een rede en zingevend verhaal dat onderling  verband  tussen alle dingen legt. Op die wijze kan de mens zijn plaats in het heden bepalen aan de hand van punten ver uiteen liggend in de tijd.

Net als de rede en het betekenisgevend verhaal, maakt de mythe, de geschiedenis, de grootse roman, het grandioze kunstwerk, de werkelijkheid en het leven waardevol, stelt ons mensen in staat ermee in het reine  te komen. Het gaat altijd om een omzetting van chaos in kosmos en van fragment in geheel. De zoektocht ook naar de harmonie tussen het individuele en de gemeenschap.  De mythe, de geschiedenis, de kunst, evenzo goed als de rationeel wetenschappelijke prestaties, kortom alle menselijke cultuur, is het medium bij uitstek waarvan de mens zich bedient om de werkelijkheid tot de orde te roepen, ja te herscheppen.

Welnu, een van de rode draden die door al die betekenis gevende verhalen loopt is die dat de mens als individu zijn verantwoordelijkheid moet zien en dragen. Dat werd in tal van eeuwenoude verhalen de mens al voor gehouden, maar nog lang niet tot volle werkelijkheid gemaakt. In de moderne tijd, hier in Nederland ook, zien we in toenemende mate die individuele verantwoordelijkheid groeien. De scheiding tussen denken en doen, die in het verleden vaak opgeld deed, moet heden ten dage worden opgeheven. Mensen kunnen tegenwoordig niet meer er mee volstaan min of meer te doen wat hun door kerk, staat, autoriteiten, politie, bazen en andere gezagsdragers wordt opgedragen. Neen, de mensen moeten zich kunnen bezinnen over wat ze (moeten) doen, zelf daar ook over nadenken en vervolgens besluiten nemen hoe een en ander beter kan. Men wordt in toenemende mate afgerekend niet alleen maar op wat men gelooft, meent of bedoelt, maar op hetgeen daarmede in de handelingen, in het doen en laten ook zichtbaar wordt gemaakt.

We zien tegenwoordig ook het levensgroot probleem dat daarmee samen hangt. Namelijk wanneer  wel allen tot verantwoordelijke mondigheid worden geroepen, maar waarbij ook weer velen die verantwoordelijkheid kennelijk nog niet kunnen dragen. Geconfronteerd met het eigen onvermogen, het eigen falen, blijken velen dan weer terug te vallen op de aloude gewoonte, de schuld van dat falen niet bij zichzelve doch bij de anderen te zoeken.  Dan zijn de machthebbers de schuldigen, of de instituties, de maatschappij, de vreemden, de anderen enz  Kortom, de mensheid is met de mythen en het rationeel - wetenschappelijk denken wel ontsnapt aan de noodlottige kringloop, maar veeleer terechtgekomen in een spiraal, van weliswaar “beter” en “meer”, maar toch nog altijd gebonden aan een relatiepatroon dat zich door de eeuwen heen “zo en ongeveer zo” blijft herhalen.

Hoe nu uit zo’n situatie te geraken en op de lineaire weg van de ware bevrijding te komen, een weg waarbij allengs de vooruitzichten belangwekkender worden dan de herinnering?   Opnieuw geven de oude mythen en verhalen  de weg aan: doordat de verantwoordelijke mens voorop gaat, laat zien in doen en laten, in woord en gedachte, dat wij onderweg zijn om een grootse droom, een toekomstvisioen, werkelijkheid te maken. De droom dat wij eenmaal een geest van onderscheid hebben tussen het goede en kwade, en ook dat wij waarlijk verantwoordelijkheid op ons kunnen nemen voor het grote, eeuwige, scheppende, levende leven, achter al de dingen en het gegevene.

Daarvoor is geloof nodig om het gestelde  doel te bereiken. Daarvoor hebben we hoop nodig, als een kwaliteit van de geest, een gerichtheid van ons dat voorbij onze horizon verankerd is. Daarvoor is bovenal nodig de overtuiging dat de liefde, niet alleen voor ons zelf, maar één gekoppeld aan die van onze tochtgenoot, en aan de liefde voor de Schepper, onze tocht, onze exodus uit de kringloop en de spiraal, goed zal aflopen. De grandioze scheppingskracht die de mensheid de afgelopen eeuwen te zien heeft gegeven, bevestigt de overtuiging dat die kracht niet verloren gaat, niet voor niets is geweest! Waar het op aankomt is: Dream Action, oftewel het ondenkbare moet verbeeld worden, zodat wat voorheen aan toeval en/of noodlot werd toegeschreven verklaard kan worden en daardoor hanteerbaar wordt!

Zalig Kerstfeest en een gelukkig Nieuw Jaar 2003 toegewenst,

Francien en Max.

 

 Ga naar de Kerstoverwegingen  
 Ga naar het Kookboek  
 Ga naar het Diabetisch kookboek  
 Ga naar de welkomstpagina